Categorie: Blog: Essentie

Liefde is onze kern.

Een van de belangrijkste uitgangsposities van zijnsoriëntatie is dat onze ware staat van zijn goedheid(liefde) is. In het boek van John Welwood, Liefde geven Liefde ontvangen, staat het zo mooi omschreven dat ik dit simpelweg even moest delen:

“Volgens heiligen en mystici is liefde de grondstof van wat we zijn; we zijn gemaakt van haar warmte en openheid. We hoeven geen grote wijzen te zijn om dat te herkennen.

Ik zou liefde heel eenvoudig willen definiëren als een krachtig mengsel van openheid en warmte dat ons in staat stelt echt contact te maken, plezier te hebben en één te zijn met onszelf, anderen en het leven zelf. En dit alles bovendien te waarderen. Openheid – het zuivere, onvoorwaardelijke ja van het hart – is de essentie van liefde. Warmte is de fundamentele uitdrukking van liefde, ontstaan als een natuurlijke verlenging van dit ja – het verlangen een handreiking te doen naar een ander en hem aan te raken, je met de ander te verbinden en datgene waarvan je houdt te voeden.

Als de openheid van liefde als de heldere, onbewolkte hemel is, dan is haar warmte als het zonlicht dat door die hemel stroomt en een regenboogspectrum van kleuren uitzendt: passie, vreugde, contact, gemeenschap, vriendelijkheid, liefde, begrip, bijstand, toewijding en devotie, om er een paar te noemen.”

De legende van het hert.

Gisteren sprak ik een man, met wie ik al een hele poos niet meer gesproken had. De laatste keer dat ik hem zag, inmiddels jaren terug, vertelde hij me over hoe moeilijk hij het had in zijn leven en het eigenlijk niet meer zag zitten. We hebben toen erg lang gepraat en ik gaf hem mijn mening over hoe zijn beleving van het leven zou kunnen veranderen: Enerzijds was het zaak om de nodige stappen te zetten zodat zijn leven (aan de buitenkant) in rustiger vaarwater terecht zou komen en enige stabiliteit zou bieden. Want dat was in dit geval absoluut een noodzaak.

Echter, gaf ik tevens aan dat het oplossen van de situatie waar hij nu zo graag uit wilde (en moest), waarschijnlijk maar een klein deel zou zijn van het werk dat nodig zou zijn. Want het zou zijn blijdschap en zijn levenslust hooguit tijdelijk terugbrengen. Want ookal was zijn situatie uiterst vervelend, happiness is uiteindelijk een inside job. En dus adviseerde ik hem ook om zodra er ruimte voor zou zijn, ook aan de slag te gaan met zijn innerlijke leefwereld. Ik weet niet of hij destijds echt kon grijpen wat ik hiermee bedoelde.

Terug naar gisteren. Hij vertelde zijn verhaal. Hij vertelde hoe hij uit de situatie is geklommen, waar hij in zat. Waarvoor niets dan lof. Maar hij vertelde ook dat het hem verbaasde dat hij zich niet zo voelde als hij zich had voorgesteld. Hij voelde zich weer steeds donkerder worden van binnen. Vergelijkend met ‘toen’. Haast alsof het niet zoveel uitmaakte. Hoewel ik het niet leuk vond voor hem, kon ik toch ook wel enigszins blijdschap voelen voor hem dat hij dit inzicht had. Want daarmee schept hij de ruimte voor zichzelf om met de aandacht naar binnen toe te gaan. Om te gaan kijken, te gaan luisteren naar wat er gezien wilt worden.

Want reken maar dat daar iets zit wat zijn aandacht wilt. Iets wat weggestopt zit omdat het te pijnlijk is om te voelen. En wat er voor zorgt dat het contact met zijn kern, zijn ziel, zijn vrije vorm verloren is gegaan. En zonder die verbinding kan ons leven leeg aanvoelen en leveren we in aan onze levenslust. We raken in een soort subtiele trance van onwaardigheid en we proberen aan de buitenkant goed te maken wat er aan de binnenkant niet goed zit.

Het verhaal dat ik tegen kwam in het boek van Tara Brach, gaat hierover en wilde ik graag delen:

Een oude Indiase legende verhaalt over een hert dat in de frisse lentelucht een mysterieus, hemels aroma ontwaart. Het draagt de belofte van vrede, schoonheid en liefde en verleidt hem ernaar op zoek te gaan. Het dier wil de bron van deze heerlijke geur vinden en gaat op weg, bereid naar alle uithoeken te reizen. Hij beklimt gevaarlijke, besneeuwde bergtoppen, zoekt zijn weg door dampige regenwouden en trekt door verlaten woestijnvlakten waar geen einde aan lijkt te komen. Waar hij ook komt, hij ruikt die heerlijke geur, zwak maar onmiskenbaar. Na jaren van zoeken komt zijn eind: het muskushert stort uitgeput ter aarde. In de val boort zijn gewei zich in zijn buik en plotseling is de lucht vervuld van het hemels aroma. Terwijl hij stervend op de grond ligt, realiseert het dier zich dat hij de heerlijke geur al die tijd in zichzelf heeft meegedragen. Hij was zelf de bron.

Uit; Het leven liefhebben door acceptatie.
Door: Tara Brach