BLOG

Een sessie.

Hieronder deel ik een gedeelte van een individuele sessie met mezelf (J:) in de hoofdrol. Doorgaans is er in een sessie een gespreksgedeelte en een gedeelte wat wij dieptewerk noemen. Het stuk hieronder is het dieptewerk. Stel je daarbij voor dat onderstaand in een bijzonder rustig tempo verloopt en dat ik met gesloten ogen voelend en onderzoekend bij mezelf aanwezig ben. De sessie wordt begeleid door Chris (C:). De sessie begint met een gevoel van bevestiging nodig hebben en de druk op mijn schouders die daarmee gepaard gaat. En eindigt met een gevoel van enorme kracht, vrijheid en levenslust.


C: Hoe zit je er bij? Wat voel je allemaal?
J: Spanning op de schouders is het meeste op de voorgrond.
C: Je hebt je best gedaan de afgelopen tijd of vandaag?
J: Ik voel dat het goed met me gaat en dat geeft me het gevoel dat ik met vragen MOET komen.
C: Er is een opjager.
J: Maar ik heb niet zoveel te vragen op dit moment.
C: Stel dat je het wel zou hebben, wat is daar dan fijn aan? Waar zou dat goed voor zijn?
J: Laten zien dat ik er intensief mee bezig ben. Om goedkeuring te krijgen. Van Chris.
C: Hoe is dat om te voelen? Dat je bevestiging wilt? Wat is dan voelbaar?
J: Spanning om het voorhoofd.
C: Zou het kunnen zijn dat je boos bent? Zit er boosheid in het voorhoofd?
J: Voornamelijk dan naar mezelf.
C: Wat gebeurd er als je zegt, Chris ik wil heel graag goedkeuring van jou?
J: Chris, ik wil heel graag goedkeuring van jou… Er ontstaat meer spanning op mijn hoofd. Ik voel ook dat het niet helemaal de lading dekt. Het zit in de hoek van bevestiging dat ik goed bezig ben. Dat vind ik zelf namelijk.
C: Als mezelf gun dat ik bevestigd wil worden door jou, dan merk ik…
J: Als mezelf gun dat ik bevestigd wil worden door jou, dan merk ik…dat ik meer ontspan.
C: Wat zou het je brengen? Wat zou ik precies moeten zeggen?
J: Het zou mij de toestemming geven om op deze manier verder te blijven gaan.
C: Wat is deze manier?
J: Ik trek mijn eigen plan. Ik wijk af van wat ik denk dat er van mij verwacht wordt. Bijvoorbeeld toch mijn cliënt de buigoefening laten doen bij de eerste sessie.
C: Waar is iets in jou dan naar op zoek?
J: Ik voel veel creativiteit, veel ideeën, eigenheid. Maar het mag niet helemaal bestaan.
C: Geef het geduldig de tijd… Wat is voelbaar? Waar speelt zich dit af?
J: Ik voel voornamelijk spanning op mijn voorhoofd.
C: Ok. Voel de spanning op je voorhoofd. Vergeet even alles en zeg; als voorhoofd ben ik even hartstikke boos. Als voorhoofd wil ik het op mijn manier doen. Eigenwijs zijn en koppig.
J: Als voorhoofd ben ik even hartstikke boos… Als voorhoofd wil ik het op mijn manier doen… Eigenwijs zijn en koppig…. Bij het laatste zinnetjes wordt het wat rustiger. Er kwam iets in me op, dat ik daar op afgerekend ben; “wat ben je toch eigenwijs! Werd er altijd gezegd.
C: Als ik mezef gun om zo eigenwijs te zijn als ik werkelijk ben, en mijn eigen WIJSHEID volg…
J: Als ik mezef gun om zo eigenwijs te zijn als ik werkelijk ben, en mijn eigen WIJSHEID volg…dan voel ik heel subtiel boosheid komen. Boosheid over dat ik mij niet wil laten opleggen wat ik moet doen.
C: Ik wil niet dat jij bepaalt wat ik te doen heb! Ik wil het op mijn manier doen! Ik ben het zo zat om mij door anderen te laten bepalen! En als ik dat zeg dan merk ik…
J: Ik wil niet dat jij bepaalt wat ik te doen heb! Ik wil het op mijn manier doen! Ik ben het zo zat om mij door anderen te laten bepalen! Als ik dat zeg dan merk ik dat de spanning minder wordt. Dat de druk op mijn schouders verdwijnt en dat ik me heel vrij voel.
C: Ja. Hoe is het om dat te voelen? Als ik er vanuit ga dat die vrijheid ben…
J: Als ik er vanuit ga dat ik die vrijheid ben dan… ontstaat er stroming, vreugde, creativiteit.
C: Hoe is het om jezelf compleet vrij te laten? Om jezelf complete vrijheid te gunnen?
J: Dat voel ik me heel licht.
C: En hoe verhoud je je dan met mij? Hoe is dan de behoefte aan goedkeuring?
J: Die is er niet meer. Dan zie ik jou als een wijze ervaren man die mij wat kan leren, maar die mijn niets oplegt. Er is gelijkwaardigheid… Er ontstaat een soort sprankeling.
C: Als ik er vanuit ga dat ik die sprankeling ben dan…
J: Als ik er vanuit ga dat ik die sprankeling ben dan… ontstaat er speelsheid.
C: Als ik er vanuit ga dat ik speelsheid ben…
J: Als ik er vanuit ga dat ik speelsheid ben… dan… is er heel veel genieten. Een verlangen om het leven te ontmoeten.
C: Hoe is het om een vrije rebel te zijn?
J: ZO GOED!
C: Of te wel gewoon authentiek.
J: Het is ambivalent. Het voelt goed, maar mijn criticus zeurt over het feit dat er iets aan de hand moet zijn.
C: Er moeten toch ook moeilijkheden zijn.
J: Ja. Moeilijk om het helemaal er te laten zijn.
C: Rot op IC, ik kies voor mezelf, voor de levensvreugde. Hoe is dat?
J: Rot op IC! Ik kies voor mezelf en voor de levensvreugde! Heerlijk!
C: Die IC is een innerlijke bemoeial. Hoe zou het zijn om die buiten de deur te houden? (Deze interventie kan nu omdat er al heel veel werk met criticus is gedaan). Hoe zou het zijn om voor jezelf te kiezen?
J: Heel subtiel is er ergens een angst om de verbinding kwijt te raken.
C: Ik ben bereid om alleen te staan. Dat is de voorwaarde! Om mezelf centraal te stellen.
J: Ik ben bereid om alleen te staan. Om mezelf centraal te stellen. En als ik dat zeg dan merk ik, dat er iets is dat toch die bevestiging nodig heeft. Als ik alleen sta is er niemand om me te bevestigen.
C: Dus de weg is om jezelf je authentieke verlangen naar bevestiging te gunnen.
J: Als ik mezelf mijn verlangen naar bevestiging helemaal gun, dan merk ik…dat dat een beetje gekietelt mag worden, dan merk ik dat het me in positieve zin niet meer interesseert.
C: Hoe zit je er dan bij?
J: Rustig, stevig, autonoom, content.
C: Hoe is het als er niks meer gedaan hoeft te worden? Projecten wegvallen? Als er rust is, eenvoud.
J: Dat voelt als iets waar ik al jaren naar opzoek ben. Vrijheid.
C: Dus hoe is het om vrijheid te zijn?
J: Als ik me realiseer dat ik vrijheid ben, dan voel ik heel sterk mijn onderbenen. Zwaar, drukkend op de grond. Heel erg veel stevigheid.
C: Ja voel dat. Als ik er vanuit ga dat ik die kracht ben.
J: Het voelt overweldigend!
C: Waartoe ben je in staat van hieruit? Waartoe voel je je in staat?
J: Om gewoon helemaal mijn eigen leven te leiden.
C: Ik kies ervoor om vanaf nu mijn eigen leven te leiden en me niet meer door andere te laten bepalen. Als ik dat nu zeg dan merk..
J: Ik kies ervoor om vanaf nu mijn eigen leven te leiden en me niet meer door anderen te laten bepalen. Als ik dat nu zeg dan merk ik… een hele grote ja! Ja tegen het leven. Ja tegen dit gevoel. Het gevoel van eigenheid, stevigheid, vrijheid. Om vrij mens te zijn.
C: Ok, kijk hoe het is om rustig vanuit dit gevoel je ogen open te doen.

Het begin van echt geluk.

Dit stuk schreef ik in de juni editie van het krantje; Hallo Weert.

Het begin van echt geluk

Iedereen wil gelukkig zijn. Dat is ook wat wij elkaar vaak wensen in felicitaties bij bijzondere gelegenheden. En hoe vaak hoor je wel niet als je maar gelukkig bent. Met andere woorden gelukkig zijn wordt gezien als één van de, zo niet de belangrijste waarde in het leven. Des te opmerkelijker is het eigenlijk dat er in onze opvoeding en educatie zo weinig echt aandacht wordt besteed aan hoe je een gelukkig leven kan leiden.

De stelling van pythagoras kan ik nog dromen. Sommige begrippen die we moesten leren kan ik nog letterlijk citeren, zelfs nog uit de brugklas, voor mij pak hem beet 23 jaar geleden. Zowat het enige Franse zinnetje dat ik nog ken is je ne comprends pas en ik weet niet eens zeker als dat wel goed Frans is. Allemaal zaken waar ik in het dagelijks leven bijster weinig aan heb. Om nog maar niet te spreken over de eindeloze uren gedurende al die jaren die ik heb besteed aan het leren van zaken waarvan ik nu helemaal niets meer weet. Niet dat ik het belang van leren wil bagataliseren, educatie is natuurlijk belangrijk. Maar ik had het toch prettig gevonden als ik meer voorbereid was geweest voor het leven zelf in plaats van te moeten leren wat de hoofdstad is van verweggistan of wat een bijvoegelijkvoornaamzetsel is.

Maar niemand die mij leerde hoe ik het leven kon leven. Hoe een goede vader te zijn die in echte verbinding met zijn kinderen zowel zijn liefde als kracht kan overdragen. Hoe het zou zijn om een goede relatie te hebben die het liefst zowel veiligheid als spanning biedt, zowel geborgenheid als vrijheid en bovendien seksueel, menselijk existentieel en spiritueel bevredigend is. Hoe dat ik dit alles kan combineren met een fulltime baan die ik al dan wel of niet leuk zou vinden, zonder mezelf te verliezen. Hoe ik kan spreken met liefde en luisteren met compassie naar anderen. Hoe ik om kan gaan met gevoelens van zelftwijfel, frustratie, machteloosheid, wanhoop, zorgen, schuldgevoel, schaamte of angst.

Als ik op mijn sterfbed lig en het leven komt nog een keer voorbij, dan weet ik zeker dat het me niet interesseert als ik wel genoeg indruk heb gemaakt. Als ik wel genoeg geld verdient heb en genoeg gekocht heb. Als mijn gras wel groen genoeg was. (Je zou voor de gein eens ons gras moeten komen aanschouwen). Sterker nog, ik denk dat ik spijt zou hebben van de energie die ik daarin gestoken zou hebben. Ik wil dat ik dan kan terugkijken op een leven waarin ik gesproken, gevreëen, gezongen, gedanst heb zoals ik werkelijk ben. Zonder masker. Dat ik mensen geraakt heb, geknuffeld heb, mijn liefde gegeven heb. Dat is wat iemand (overigens wetenschappelijk bewezen) gelukkig maakt.

En hoe ongeloofwaardig en tegelijkertijd cliché het ook klinkt. Dit alles begint echt bij jezelf. En wel bij het vriendelijk omarmen van alles wat er in jouw leeft. Je gevoelens, je angsten, je kwetsingen, je reacties, je wensen en je verlangens verwelkomen. Dus ik nodig je uit om ergens te gaan zitten en je ogen te sluiten. Je handen rustig naar je borst te brengen en te zeggen; “Welkom (je naam). Je bent helemaal welkom, helemaal zoals je bent”. Doe dit een paar keer en voel heel erg goed wat dat met je doet. Geloof me, dat is het begin van echt geluk.

De legende van het hert.

Gisteren sprak ik een man, met wie ik al een hele poos niet meer gesproken had. De laatste keer dat ik hem zag, inmiddels jaren terug, vertelde hij me over hoe moeilijk hij het had in zijn leven en het eigenlijk niet meer zag zitten. We hebben toen erg lang gepraat en ik gaf hem mijn mening over hoe zijn beleving van het leven zou kunnen veranderen: Enerzijds was het zaak om de nodige stappen te zetten zodat zijn leven (aan de buitenkant) in rustiger vaarwater terecht zou komen en enige stabiliteit zou bieden. Want dat was in dit geval absoluut een noodzaak.

Echter, gaf ik tevens aan dat het oplossen van de situatie waar hij nu zo graag uit wilde (en moest), waarschijnlijk maar een klein deel zou zijn van het werk dat nodig zou zijn. Want het zou zijn blijdschap en zijn levenslust hooguit tijdelijk terugbrengen. Want ookal was zijn situatie uiterst vervelend, happiness is uiteindelijk een inside job. En dus adviseerde ik hem ook om zodra er ruimte voor zou zijn, ook aan de slag te gaan met zijn innerlijke leefwereld. Ik weet niet of hij destijds echt kon grijpen wat ik hiermee bedoelde.

Terug naar gisteren. Hij vertelde zijn verhaal. Hij vertelde hoe hij uit de situatie is geklommen, waar hij in zat. Waarvoor niets dan lof. Maar hij vertelde ook dat het hem verbaasde dat hij zich niet zo voelde als hij zich had voorgesteld. Hij voelde zich weer steeds donkerder worden van binnen. Vergelijkend met ‘toen’. Haast alsof het niet zoveel uitmaakte. Hoewel ik het niet leuk vond voor hem, kon ik toch ook wel enigszins blijdschap voelen voor hem dat hij dit inzicht had. Want daarmee schept hij de ruimte voor zichzelf om met de aandacht naar binnen toe te gaan. Om te gaan kijken, te gaan luisteren naar wat er gezien wilt worden.

Want reken maar dat daar iets zit wat zijn aandacht wilt. Iets wat weggestopt zit omdat het te pijnlijk is om te voelen. En wat er voor zorgt dat het contact met zijn kern, zijn ziel, zijn vrije vorm verloren is gegaan. En zonder die verbinding kan ons leven leeg aanvoelen en leveren we in aan onze levenslust. We raken in een soort subtiele trance van onwaardigheid en we proberen aan de buitenkant goed te maken wat er aan de binnenkant niet goed zit.

Het verhaal dat ik tegen kwam in het boek van Tara Brach, gaat hierover en wilde ik graag delen:

Een oude Indiase legende verhaalt over een hert dat in de frisse lentelucht een mysterieus, hemels aroma ontwaart. Het draagt de belofte van vrede, schoonheid en liefde en verleidt hem ernaar op zoek te gaan. Het dier wil de bron van deze heerlijke geur vinden en gaat op weg, bereid naar alle uithoeken te reizen. Hij beklimt gevaarlijke, besneeuwde bergtoppen, zoekt zijn weg door dampige regenwouden en trekt door verlaten woestijnvlakten waar geen einde aan lijkt te komen. Waar hij ook komt, hij ruikt die heerlijke geur, zwak maar onmiskenbaar. Na jaren van zoeken komt zijn eind: het muskushert stort uitgeput ter aarde. In de val boort zijn gewei zich in zijn buik en plotseling is de lucht vervuld van het hemels aroma. Terwijl hij stervend op de grond ligt, realiseert het dier zich dat hij de heerlijke geur al die tijd in zichzelf heeft meegedragen. Hij was zelf de bron.

Uit; Het leven liefhebben door acceptatie.
Door: Tara Brach